Free counter and web stats

b'Shem

Ghetto Theresienstadt, 1941-1945

Arrival at Terezin Daily life in Theresienstadt Departure from Terezin
vlnr:  Aankomst was over het algemeen geregeld - Het dagelijkse leven doelloos - Vertrek was altijd chaotisch

       Terezin werd gedurende de 2de Wereld Oorlog door de nazi's Theresienstadt genoemd. Vandaag heet het Terezin in de Tsjechische Republiek. Het ligt ten noorden van Praag, dicht tegen de Duitse grens aan. Tussen de jaren 1941-'45 diende Theresienstadt als een model getto. De benaming transitokamp zou echter dichter bij de waarheid liggen want 62.6% of 88,196 Joden werden van hier uit doorgezonden naar of één van de vernietigingskampen in Polen, of ze kwamen in één van de Poolse getto's terecht waar hun lot even donker was. Van dit aantal ontving Auschwitz 44,693, Treblinka kreeg 8,000, Sobibor 1,000, Riga 2,000, Zamasc 2,000, Izbica 3,000, Lublin 3,000, Warsaw 1,000, en Minsk 1,000. Afgevoerd naar onbekende bestemmingen, 22,503. De meesten werden daar bij aankomst onmiddellijk vermoord, anderen stierven als gevolg van het zware werk. Aan het einde van de oorlog telde Theresienstadt slechts 2,971 overlevenden. Vergeleken met andere kampen een opvallend aantal. Van de 149,037 Joden die Theresienstadt binnenkwamen stierven 33,529 mensen door uithongering, ziekte en executie.

De daders

Siegfried Seidl
Dr. Siegfried Seidl
Karl Rahm
Karl Rahm
SS General Karl Hermann Frank
Karl Hermann Frank
===========

Judenältesten

Jacob Edelstein
Jacob Edelstein
Paul Eppstein
Paul Eppstein
Rabbi Murmelstein
Rabbijn Murmelstein

       Theresienstadt werd in feite een Joods getto. De originele inwoners van Terezin werden gedwongen hun woningen te verlaten om plaats te maken voor duizenden Joden die uit alle hoeken van Europa kwamen. Zij ontvingen schadevergoeding voor de arbeiderswoningen die ze moesten afstaan, van het geld dat de nazi's zich hadden toegeëigend door de ongelukkige Joden te bestelen. Het bestuur van het getto viel onder de SS. Als eerste commandant werd SS-Offizier - SS Officier Dr. Siegfried Seidl aangesteld. Hij hield gezag van november 1941 tot juli 1943. Hij werd van juli 1943 tot februari 1944 opgevolgd door SS-Obersturmführer - SS-1e Lt. Anton Burger (van hem is geen foto beschikbaar). Hij kreeg de opdracht van Himmler en Eichmann om het kamp een nieuw aangezicht te geven. De bedoeling was om afgevaardigden van het Rode Kruis een rad voor ogen te draaien. Als laatste en derde commandant werd SS-Obersturmführer - SS-1e Lt. Karl Rahm naar Theresienstadt gestuurd. Hij hield die positie van februari 1944 tot aan de bevrijding van het kamp door het Sovjet Rode leger in mei 1945. Seidl en Rahm werden beide na de oorlog geëxecuteerd voor misdaden tegen de mensheid. Burger werd ook ter dood veroordeeld in absentie. Hij stierf in Duitsland 1991 waar hij als vrij man onder een valse naam gewoond had.

       De eerste gevangenen kwamen eind november 1941 vanuit Praag in Theresienstadt aan. De eerste maanden verschilde het leven in Theresienstadt niet veel met dat van andere getto's. Hun hoop was dan ook dat hun nieuwe getto hen zou behoeden voor verdere deportatie. Die hoop verdween echter snel want in januari 1942 reeds vertrok het eerste transport met 2,000 Joden naar het getto van Riga waar ze door Einsatzgruppe A in het nabije woud doodgeschoten werden.

       De bewaking van het getto bestond uit Tsjechische politie die aan het nazi regime trouw hadden gezworen. De interne aangelegenheden werden behandeld door de Ältestenrat - Raad van ouderlingen die bestond uit Joodse leiders. Jacob Edelstein werd aangesteld als de eerste Judenälteste - voorzitter van de Joodse Raad voor Theresienstadt. Na hem kwamen in successie Paul Eppstein en Benjamin Murmelstein.

       Jacob Edelstein was een vooraanstaand Zionist. Hij was van mening dat Terezin (Theresienstadt) dienst kon doen als Hachshara - waar jeugdige Joden voorbereid konden worden om na de oorlog Aliyah te maken, dat wil zeggen "naar Israel te emigreren." Edelstein was Judenälteste van 4 december 1941 tot januari 1943. Eichmann verving hem door Paul Eppstein omdat hij Edelstein ervan beschuldigde dat hij met de deportatielijsten geknoeid had. Edelstein werd daarna de eerste assistent en tevens plaatsvervanger van Eppstein terwijl hij Rabbijn Murmelstein als tweede assistent aanstelde. Na enige tijd werd Edelstein alsnog door de Gestapo gearresteerd. Hij werd beschuldigd van falsificatie van de deportatielijsten met als doel om enkele medegevangenen te vrijwaren van transport. Edelstein werd naar Auschwitz gezonden waar hij opgesloten werd in een gevangenis cel in Blok 11. Hij verbleef hier tot 20 juni 1944, de dag waarop hij werd doodgeschoten. Hij moest echter de executie van zijn vrouw en jonge zoon eerst bijwonen voordat hij zelf werd gedood.

       Zijn opvolger Paul Eppstein had in januari 1943 reeds van Edelstein overgenomen en zou die positie behouden tot 27 september 1944, toen ook hij door de Gestapo gearresteerd werd. Hij werd beschuldigd van medewerking bij het organiseren van opstandsgroepen onder de gevangenen. Dat was echter hele- maal niet het geval. Eppstein was daar niet bij betrokken. Er is een tweede verklaring voor zijn arrestatie en daarop volgende dood. Het is mogelijk dat hij betrokken was bij een ruzie die uitbrak tussen de SSers Moehs, Burger en Rahm. In ieder geval, werd hij op Yom Kippoer - de Grote Verzoendag, 27 september 1944 doodgeschoten. Voor Joden was het niet vereist dat er eerst een rechtszaak plaats vond. Joden hadden immers geen recht van leven!

       Vanaf die dag fungeerde Murmelstein, die in Wenen rabbijn was geweest, officieel als de Judenälteste in Theresienstadt. Zijn aanstelling zou echter pas op 5 december 1944 van kracht worden. Hij hield die positie tot 5 mei 1945, de dag dat het gezag officieel overgedragen werd aan Paul Dunant, de afgevaardigde van het Internationale Rode Kruis. Commandant Rahm verliet het kamp tezamen met een tweede SSer. Nog altijd gekleed in uniform, behield hij zijn wapen. Twee dagen later werd Theresienstadt door het Rode leger bevrijd. Rabbijn Murmelstein, de laatste van de Judenältesten, nam nog diezelfde dag ontslag als hoofd van de Joodse Raad. De volgende dag ontving Murmelstein een brief van Rabbijn Leo Baeck, een medegevangene van Theresienstadt, waarin hij Murmelstein zijn dank betoonde voor de moeilijke taak die hij op een uitnemende manier had uitgevoerd. Rabbijn Murmelstein was, volgens hem, een groot voorvechter van de ouden van dagen en de weeskinderen geweest. Murmelstein evenals Baeck overleefden de oorlog. Murmelstein vestigde zich met zijn gezin in Italië terwijl Baeck via Engeland naar Amerika emigreerde.

       Dat bijna 3,000 mensen de oorlog overleefden lag hoofdzakelijk aan de voortreffelijke leiding van Rabbijn Benjamin Murmelstein, het laatste Hoofd van de Joodse Raad. Murmelstein nam de kans waar om bij Paul Dunant, afgevaardigde van het Internationale Rode Kruis, de belangen van Theresienstadt toe te lichten. Toen vertegenwoordigers van het Internationale Rode Kruis uit Genève, Zwitserland, Theresienstadt op 6 april 1945 bezochten, maakte hij van de gelegenheid gebruik om de alarmbel te luiden. In zijn toespraak tot de bezoekers zei hij tweemaal, met groot gevaar voor eigen leven, "Das Schicksal Theresienstadts bereitet mir Sorgen" - "Het lot van Theresienstadt baart me zorgen." De afgevaardigden van het Rode Kruis begrepen de boodschap. Nog diezelfde dag gingen ze aan de slag. Dunant benaderde SS Obergruppenführer - SS Generaal Karl Hermann Frank, die sinds Augustus 1942 Rijksminister voor Bohemen and Moravië was. Frank beloofde dat verdere deportaties van gevangenen achterwege zouden blijven. Bovendien wist Murmelstein een opstand onder de achtergebleven gevang- enen te voorkomen, waardoor represailles van de nazi's achterwege bleven. De SS zocht namelijk wat voor excuus dan ook om het kamp te liquideren. Rabbijn Murmelstein wist dat te verhinderen.



       Toen de eerste berichten de vrije wereld bereikten dat de Duitsers over vernietigingscentra beschikten, ging het Internationale Rode Kruis zich er mee bemoeien. Het gevolg was dat de nazi's het besluit namen om van Theresienstadt een model kamp te maken. Uitwendig moesten er natuurlijk veranderingen aangebracht worden. Zoals eerder beschreven kreeg Anton Burger de opdracht om voor de nodige uiterlijke verfraaiingen te zorgen. Daarna konden de nazi's Theresienstadt als voorbeeld aan het Rode Kruis tonen. Verschillende stappen werden daarom ondernomen. Het kamp moest opgeknapt worden dus werd er grote schoonmaak gehouden. Vervolgens werd de overbevolking in het kamp drastisch gereduceerd door een groot aantal van de inwoners naar Auschwitz te deporteren. Ook het kamp zelf moest de nodige veranderingen ondergaan. Gebouwen kregen een nieuw uiterlijk om te laten zien dat er een bank gevestigd was. Er werden zelfs een café en een restaurant ingericht. Er kwam een kleuterschool bij en er werd een school geopend. Het uiterlijk van het getto werd verfraaid door bloementuinen aan te leggen. Er werd zelfs een gemeenschappelijk badhuis gebouwd. Waren de afgevaardigden van het Rode Kruis oplettend geweest, dan hadden ze kunnen zien dat de kranen niet op het waterleidingnet aangesloten waren! Loodgieterswerk was eenvoudigweg niet uitgevoerd. Het geheel was bedrog.

       De nazi's waren zo ingenomen met hun eigen bedrog, dat ze na afloop van het bezoek van het Rode Kruis aan Theresienstadt besloten om een propagandafilm over het kampleven te maken. Toen de film, getiteld "De Führer geeft een dorp aan de Joden," voltooid was, werden de meeste acteurs en actrices, evenals alle kinderen die aan de film meegewerkt hadden, afgevoerd naar Auschwitz/Birkenau waar ze in de gaskamers omkwamen.

Graag via email de Site vermelden waarover u een vraag, opmerking,
verbetering of een eventuele bijdrage wilt plaatsen. U kunt zich richten
tot zowel de schrijver Hans Vanderwerff als de Webmaster Sion Soeters
Verantwoording: Nederlandse vertaling bewerkt door: Gerrit de Jong

Het laatst gewijzigd op 13 december 2007


Van de volgende Bronnen werd gebruik gemaakt

Back arrow button