b'Shem

Iwan and Jettie

Barbed wire divider

Jettie's Verhaal

       Naast de familie van Oosten woonde het gezin van Isak Fischler. Ze hadden een dochter die Jettie en een jongere zoon die Leo heette. Pas na de oorlog kwam ik te weten, dat haar echte naam Harriette Mia Fischler was. Deze anekdote van een voormalig klasgenoot van Jettie, beschrijft heel juist het gevoelige karakter van dit kind. Jettie werd geboren op 28 augustus 1928. Ik kende haar niet zo goed als Iwan. Daarentegen kende ik haar moeder, mevrouw Nathalie Fischler-Blok, heel goed. Natuurlijk niet van naam, maar als de aardige mevrouw die snoep verkocht. Ik herinner me niet meer of ik Jettie's vader, Isak Szymon Fischler, ooit ontmoet heb. Ook weet ik niet wat voor werk hij deed. Maar alle kinderen kenden mevrouw Fischler omdat zij de eigenaresse was van een kleine snoepwinkel. De snoepwinkel lag vlak naast de winkel van Iwan's vader.

       Jettie's moeder verkocht zoethout en andere soorten snoep en drop. Snoep was tijdens dat eerste jaar van de oorlog nog steeds te krijgen. Haar voorraad slonk echter gestaag en daarmee haar inkomen. Haar winkel trok de aandacht van de meeste schoolkinderen. Wij kochten snoepjes voor een halve cent, voordat wij naar school of Zondagschool gingen. Het was de mensen in de buurt duidelijk, dat het de Fischlers minder goed ging dan hun buren, de van Oostens. Omdat haar voorraad snel afnam, werd het voor Jettie's moeder moeilijk om haar kinderen goed te kleden. Misschien was dat de reden waarom Jettie's kleding er havelozer uitzag dan dat van de andere kinderen in onze klas. Maar geloof mij, mevrouw Fischler deed haar uiterste best om ervoor te zorgen dat Jettie en haar jongere broertje Leo er altijd schoon en netjes uitzagen.

       Mijn vriend Piet en ik gingen naar het treinstation op de dag dat de Joden uit Assen en omliggende gebieden naar Westerbork werden gestuurd in afwachting van verder transport naar het Oosten. Daar zagen wij hoe, temidden van het gedrang, joodse mensen uit de buurt, een plaatsje voor zichzelf probeerden te vinden in een van de gereedstaande veewagens. Men probeerde nog een soort gezinsverband te bewaren in deze overigens chaotische situatie. Terugdenkend vraag ik mij af waar de Duitse bewakers waren. We zagen wel veel marechaussee, maar ik herinner mij niet Duitse soldaten te hebben gezien. Waren zij uit het zicht, of hielden ze zich verborgen? Misschien verliep door het toezicht van de Nederlandse politie het vertrek zó soepel en probleemloos, dat de nazi's geen noodzaak zagen voor een strengere bewaking. Wat de reden ook was, niemand maakte bezwaar tegen onze aanwezigheid.

       Ik herkende verscheidene families, terwijl zij luidruchtig door elkaar liepen. Deze trieste aanblik van mensen ten prooi aan achterdocht en vrees verbaasde mij eigenlijk niet. De angst straalde van sommige gezichten, andere vertoonden slechts apathie. In het bijzonder herinner ik mij Jettie Fischler. Zij en haar jongere broertje Leo waren in een hoek links op het perron bijeengekropen, en drukten zich dicht tegen hun moeder aan. In Jettie's ogen viel angst te lezen. Het was de laatste keer dat ik Jettie zag. Samen met al die anderen werd ook zij voor altijd uit ons midden weggerukt.

Om voort te gaan, klik hier voor De Nasleep The aftermath

Graag via email de Site vermelden waarover u een vraag, opmerking,
verbetering of een eventuele bijdrage wilt plaatsen. U kunt zich richten
tot zowel de schrijver Hans Vanderwerff als de Webmaster Sion Soeters
Verantwoording: Nederlandse vertaling bewerkt door: Gerrit de Jong

Het laatst gewijzigd op 12 december 2007


Van de volgende Bronnen werd gebruik gemaakt

Back arrow button