Free counter and web stats

b'Shem

De naderende storm

Parade afnemen in 1934
Het afnemen van een militaire parade in 1934.

       Toen Adolf Hitler de kanselier van Duitsland werd op 30 januari 1933, geloofde men dat hij de enige was die een coalitie kon samenstellen met Hugenberg's DNVP en mogelijk de Midden Partij teneinde de meerderheid in de Rijksdag te verkrijgen. Een onwillige Hindenburg, die president was van de Weimar Republiek, wilde doen geloven dat de radicale neigingen van Hitler beteugeld konden worden door het feit dat von Papen vice-kanselier zou zijn. Andere conservatieve leiders zouden zeggenschap krijgen over belangrijke ministeries, zoals die van Oorlog, Buitenlandse Zaken en Economie. De nazi partij werd beperkt tot het bekleden van het kanselierschap en het tot dan toe machteloze Ministerie van Binnenlandse Zaken. Aan de andere kant werd Hermann Göring, aan wie ministeriële status zonder portefeuille was verleend, aangewezen als Minister van Binnenlandse Zaken voor de staat Pruisen. Dit gaf hem de hoogste macht over het grootste politiekorps in Duitsland, een gegeven dat hem letterlijk de macht gaf over leven en dood van miljoenen mensen. Niet in het minst die van de Joden.

       De nazi’s voerden een ideologie aan, die verklaarde te strijden voor de gewone man, die zij afschilderden als slachtoffer in een wereld beheerst door de Joden. Anti-Semitism en het idee van Duitse rassen superioriteit vormden de kern van deze ideologie. Bovenaan de lijst stond het bekritiseren van Versailles. Niet ver daarvan af stond de afkeer van het grote zakenleven, banken, winkels en handenarbeid. Zo ook, het bezwaar van de Nazi tegen verdeeldheid en veronderstelde inefficiëntie van de politieke partijen.

       Noch het 25 punten nazi partij programma, dat werd uitgegeven in 1920, noch Hitler’s autobiografie Mein Kampf - Mijn Strijd geschreven in 1925 terwijl hij in de gevangenis zat, bevatten duidelijke uitgangspunten hoe een nieuw Duitsland er uit zou komen te zien onder de nazi’s. Wel hadden Hitler en zijn loyale propagandisten duidelijk gemaakt dat zekere veranderingen noodzakelijk waren. Veranderingen die ten koste zouden gaan van Duitsland’s raciale vijanden. Rassensuperieure Duitsers dienden te worden bijeen gebracht in een strak samengevlochten gemeenschap, genaamd Volksgemeinschaft, - een samenleving van mensen waarin partijafdelingen en klassen zouden worden overtroffen door een geest van raciale harmonie. Een harmonie, die noodzakelijkerwijs mensen van inferieur bloed zou uitsluiten. De logica van deze gedachte vereiste een oplossing van wat de nazi’s die Judenfrage - het Joods probleem noemden. Op zijn minst riep het om een omkering van de trend, die meer dan een eeuw oud was, van de Joodse assimilatie in de, naar beweerd werd, superieure Duitse Natie en het Duitse culturele en economische leven. Voor wat Duitsland's positie in internationale zaken betreft, had Hitler duidelijk gesproken over Duitsland's behoefte aan Lebensraum - levensruimte in het oosten. Maar eerst was er de noodzaak om het juk van het gehate Verdrag van Versailles te breken.

       Of de nazi’s een kans kregen om hun ideologische doelstellingen uit te voeren, hing af van de mo- gelijkheid om hun geringe greep op de teugels van de macht te verstevigen. Liberalen, socialisten en communisten bleven tot het bittere eind gekant tegen de nazi ideeën van Hitler. Belangrijke bedrijfstakken, het leger en sommige kerken stonden in verschillende mate wantrouwend tegenover de maatregelen, die hij wellicht zou nemen. Uiteindelijk was het een combinatie van durf en brutaliteit over en tegen de zwakheid van zijn opponenten en van de vele momenten van buitengewoon geluk, die het Hitler mogelijk maakten zijn totalitaire dictatorschap tot stand te brengen. De Partij van het Midden weigerde zich bij de NAZI-DNVP coalitie aan te sluiten in januari van 1933. Hitler eiste en kreeg verkiezingen voor een nieuw Reichstag – Duits Parlement.

       De verkiezingen, die op 5 maart 1933 werden gehouden, waren voorafgegaan door een geweld- dadige campagne waarbij de SA, onder het commando van Ernst Röhm, prominent figureerde. Hitler profiteerde van de brand van de Reichstag op 27 februari 1933, waarvan de schuld werd gelegd bij een verbijsterde Nederlandse communist genaamd Marinus van der Lubbe, door alle burgerlijke vrijheden op te schorten en zowel communisten als andere oppositieleiders te arresteren. Ondanks de campagne van terreur verkreeg de nazi partij, met een 43.9 % van het totaal, geen meerderheid. Desalniettemin was de 8 % die de DNVP had gekregen, voldoende voor een meerderheid van de twee partijen in de Rijksdag. Op haar eerste vergadering op 23 maart, stemde de Reichstag, onder enorme druk van de Sturmabteilung - Storm Brigade en van de Schutzstaffel - Beschermingseenheid van Heinrich Himmler, voor de Machtigingswet, die Hitler de gewenste macht gaf om de grondwet te negeren.

       Binnen twee weken na het aannemen van de Machtigingswet, werden nazi gouverneurs uitgezonden om de federale staten op een lijn te brengen en een paar maanden later werden de staten zelf opgeheven. Op 7 april 1933 werden de openbare diensten en de universiteiten gezuiverd van socialisten, democraten en Joden. Op 2 mei werden de vakbewegingen ontbonden en vervangen door, wat de nazi’s een Arbeidersfront noemden. In de tussentijd was Göring begonnen om de politieke arm van de Politie van Pruisen om te vormen tot een geheime politieke politie, genaamd de Gestapo - Geheime Staatspolizei - Geheime Staats Politie, om het nazi regiem beter te kunnen dienen. Een proces dat werd herhaald door Himmler met de Politie van Beieren.

       De wreedheid die Hitler koos om elk vermoedelijk tarten van zijn gezag tegemoet te treden werd duidelijk bij zijn ingrijpend bevel om het SA leiderschap te vermoorden, 30 juni 1934. Röhm's stoot troepen, straat bandieten, hadden voor bruikbare kracht gezorgd tijdens de moeilijke jaren van de partij, maar hun voortdurende neiging tot ongeregeldheden, vreesde Hitler, zou kunnen leiden tot een interventie van het leger en daarmee zijn eigen omverwerping. Om deze mogelijkheid voor te zijn, betrok Hitler de loyale Himmler erbij, die zijn SS inzette om de SA te zuiveren van dozijnen leiders inclusief Hitler’s langdurige vriend Ernst Röhm. De bijna laatste stap in Hitler’s greep naar de macht was op 2 Augustus 1934, toen, bij de dood van President Hindenburg, hij zich de macht van het presidentschap toe-eigende en deze combineerde met zijn macht van kanselier. De laatste stap werd gezet in februari van 1938 toen Hitler het persoonlijke bevel op zich nam over de drie takken van de Duitse gewapende eenheden. Kristallnacht - Nacht van de lange messen, 18 november 1938, betekende het begin van het einde voor de Duitse joden. Het was een nacht waarin met geweld een pogrom tegen de Duitse Joden en hun bezittingen werd georganiseerd.

Graag via email de Site vermelden waarover u een vraag, opmerking,
verbetering of een eventuele bijdrage wilt plaatsen. U kunt zich richten
tot zowel de schrijver Hans Vanderwerff als de Webmaster Sion Soeters
Verantwoording: Nederlandse vertaling bewerkt door: Gerrit de Jong

Het laatst gewijzigd op 23 juli 2009


Van de volgende Bronnen werd gebruikt gemaakt


Back arrow button