|
Chelmno was een nazi vernietigingskamp in Polen nabij de rivier Ner gelegen, 60 km bij Lodz vandaan. Het dorp Chelmno, in het district van Kolo, ligt ongeveer 14 km vanaf the stad Kolo. De hoofd spoorlijn van Lodz naar Poznan loopt langs deze stad en is met het dorp Chelmno via een zij-lijntje verbonden. Lodz is op een na de grootste stad in Polen. Er woonden hier in 1939 ruim 200.000 Joden. De Duitsers gaven de stad de naam Kulmhof. Het kamp werd gebruikt voor de massa moord op Joden die in de westelijke provincies van het door het Derde Rijk geannexeerde Polen, het Generaal Gouvernement woonden. In het begin werden hermetisch afgesloten vrachtwagens gebruikt om gevangenen met uitlaatgassen van de dieselmotor om het leven te brengen. Later werd van Zyklon B - gifgas gebruik gemaakt. Gedetineerden die het klaargespeeld hadden om aan een vernietigingskamp te ontkomen waren de eersten die gewag maakten van het feit dat Joden op grote schaal en systematisch uitgeroeid werden. Hun verhalen van massa moord werden echter niet geloofd.
Er is heel weinig bekend geworden betreffende Chelmno ondanks het feit dat dit kamp het eerst als vernietigingskamp in gebruik werd genomen. In tegenstelling tot Belzec, Sobibor and Treblinka, Chelmno maakte geen deel uit van Aktion Reinhardt. Twee maanden voor het bijeenroepen van de Wannsee Konferenz begonnen de nazi's al met de voorbereidingen daarvan in Chelmno. Over het algemeen wordt Chelmno als het belangrijkst beschouwd wat betreft het lanceren van het vernietigingsplan betreffende de Europese Joden. Het vernietigingskamp te Chelmno was een typisch dodenkamp. Een plaats uitsluitend bestemd voor het doden van de medemens, in dit geval hoofdzakelijk Joden en zigeuners. Slechts een kleine groep gevangen werd door de nazi's aangewezen en afgezonderd om het vuile werk voor hen uit te voeren. Het geheim van Chelmno werd goed bewaard want heel weinig mensen in Polen zowel als in het buitenland wisten van haar bestaan af. Niemand bleek ervan op de hoogte te zijn dat massa moord het leven zou eisen van ongeveer 350.000 slachtoffers, Joodse mannen, vrouwen en kinderen, maar ook zigeuners. Deze schatting is gebaseerd op de volgende berekening. Tussen 8 december 1941 en 9 april 1943 werden ongeveer 340.000 Joden, Sinti en Roma vermoord. Na april 1943 tot de uiteindelijke opheffing van het kamp in januari 1945 kwamen slechts 10 transporten in Chelmno aan met hooguit 10.000 mensen die eveneens daar omgebracht werden. Het kamp werd gesloten en vernietigd in januari 1945.
Na aangekomen te zijn op het station van Chelmno werden deze Poolse Joden overgezet van gesloten vee wagons naar open lorries die hen naar de plaats van vernietiging voerden. Foto met toestemming van het USHMM foto archief.
Het Sonderkommando Kulmhof bestond uit 20 SSers en meer dan 100 leden van de Duitse politie. Laatstgenoemden deden voornamelijk dienst als bewakers en controleerden de wegen naar en uit het kamp. De voornaamste taak van het Sonderkommando was om toezicht te houden op het vernietigingsproces binnen het kamp alsmede controle uit te oefenen op het werk buiten het kamp, zoals het verbranden of het begraven van de lijken.

links: Herbert Lange - rechts: Hans Bothmann
Hier onder volgen de namen van enkele van de daders van het vernietigingskamp Chelmno. Dit waren Duitse officieren en onderofficieren die medewerkten aan de misdaad jegens de Joden uit Chelmno en omgeving. De eerste commandant van Chelmno (Kulmhof) was SS Sturmbannführer - SS Majoor Herbert Lange. In mei 1942 werd hij opgevolgd door SS-Hauptsturmführer - SS Kapitein Hans Bothmann. Achtereenvolgens had Bothmann twee assistenten, namelijk Otto Platte and Willi Hiller. Verdere SSers die deelnemers waren aan deze misdaad waren:
SS-Untersturmführer - SS 2nd Lt. Walter Filer, Bothmann's waarnemer
SS-Untersturmführer - SS 2nd Lt. Alois Häfele, als 'de vakman' overzag hij alle activiteiten.
SS-Hauptscharführer - SS Sergeant Majoor Albert Richter, divisie aanvoerder
SS-Hauptscharführer - SS Sergeant Majoor Wilhelm Lenz, Hoofd bos commando
SS-Hauptscharführer - SS Sergeant Majoor Johann Runge, Hoofd van de crematoria
SS-Unterscharführer - SS Sergeant Erich Kretschmer, waarnemer van Runge bij de crematoria
SS-Hauptscharführer - SS Sergeant Majoor Erwin Bustinger, Verantwoordelijk voor de gifgas wagens
SS-Hauptscharführer - SS Sergeant Majoor Gustav Laabs, chauffeur en bewerker van de gifgas wagens
SS-Hauptscharführer - SS Sergeant Majoor Herman Gilow, chauffeur en bewerker van de gifgas wagens
SS-Unterscharführer - SS Sergeant Walter Burmeister, chauffeur en bewerker van de gifgas wagens
SS-Rottenführer - SS Korporaal Wilhelm Gürlich, Burmeister's assistent, goud vakkundige
SS-Hauptscharführer - SS Sergeant Majoor Schmidt, Chef Eetzaal
Toen het kamp in januari 1945 genaderd werd door Soviet Russische troepen, executeerden de SSers de overgebleven Joodse dwang arbeiders. Enkelen onder hen vielen de SSers aan en doodden twee van de kwelgeesten. De SSers staken de gebouwen in brand nadat ze de werkers daarin hadden opgesloten, Er zijn slechts twee Joodse overlevenden waarvan bekend is dat ze aan de hel van Chelmno wisten te ontkomen, Mordechai Podchlebnik en Simon Srebnik. Gedurende de jaren 1962-1963 stonden twaalf SSers in Bonn, Duitsland terecht die als bewakers gediend hadden in Chelmno. Voor hun oorlogsmisdaden werden ze veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van 1 tot 20 jaar. Op grond van de gruwelijkheid van hun daden kan gezegd worden dat ze er met een lichte straf zijn afgekomen, een straf die van heel weinig realiteitszin getuigt.
Graag via email de Site vermelden waarover u een vraag, opmerking, verbetering of een eventuele bijdrage wilt plaatsen. U kunt zich richten tot zowel de schrijver Hans Vanderwerff als de Webmaster Sion Soeters Verantwoording: Nederlandse vertaling bewerkt door: Gerrit de Jong
Het laatst gewijzigd op 1 maart 2010
Van de volgende Bronnen werd gebruikt gemaakt
 |
|