
In het jaar 1939 werden er in opdracht van het Nederlandse enkele leger barakken gebouwd op de Leusderheide aan de buitenkant van Amersfoort langs het zandpad dat in de richting Maarn/Doorn liep. Een en ander was bedoeld om de artillerie te ondersteunen en het leger personeel te huisvesten bij hun oefeningen op de heide. Zo is deze plaats inderdaad enige tijd bij het leger in gebruik geweest, totdat er oorlog dreigde. |
Walter Heinrich |
De leiding over het Kamp Amersfoort bestond uit Kamp-SS en Bewaking-SS. De eerste commandant was SS-Obersturmführer - 1ste Luitenant der SS, Walter Heinrich. Heinrich was een politieman die weinig of geen ervaring had met het geven van leiding waar het een concentratiekamp betrof. Hij werd echter bijgestaan door twee ervaren beulen, beiden waren voormalige bewakers van Dachau. Het was in Dachau waar deze heren hun wrede tactieken geleerd hadden. Het waren de beruchte SSers Berg, niet dezelfde als Karl Peter Berg, de voormalige adjunct commandant van Schoorl, en Petri. Heinrich bracht ook twee SSers aan boord die beiden als commandant dienst gedaan hadden in het voormalige Kamp Schoorl. Deze twee waren SS-Schutzhaftlagerführer I, Hans Cornelis Stöver en zijn ondergeschikte SS-Schutzhaftlagerführer II, Karl Peter Berg. Het Wachkommando - Bewakingseenheid onder het bevel van SS-Obersturmführer - 1st Lt. Walter Heinrich, dat in eerste instantie was belast met de bewaking van Kamp Amersfoort, werd een onderdeel van SS-Wachbataillon Nord-West - Bewakingsbataljon Noord-West. |
In 1941 werd de Stabskompanie beim höheren SS- und Polizeiführer Nord-West - het SS Wachtbataljon door Rauter opgericht om bewakingstaken te verrichten voor de Schutzstaffeln - SS. SS-Hauptsturmführer - SS kapitein, dr. Alphons Brendel werd als commandant van dit korps aangewezen. Het was een korps dat bij oprichting bestond uit ongeveer 70 Duitsers die al langere tijd in Nederland woonachtig en werkzaam waren, de zogenaamde rijksduitsers. In oktober 1941 werd Alphons Brendel benoemd tot commandant van de SS-Schule - SS school Avegoor. Hij werd opgevolgd door SS-Hauptsturmführer - SS-kapitein Paul Anton Helle, een SSer met de nodige concentratiekamp ervaring. Onder Paul Helle werd het kamp bewaakt door de SS Stabskompanie Nord-West of wel het SS-Wachbataillon Nord-West - SS Wachtbataljon Noord-West. Deze SSers stonden als berucht bekend. |
Joseph J. Kotälla |
Joseph Kotälla was lid van de SD-Sicherheitsdienst - Veiligheidsdienst and bekleedde de ondergeschikte rang van SS-Unterschutzhaftlagerführer - Technisch Sergeant in de SS. Reeds voor de oorlog, in 1938, was hij als geestelijk gestoord verklaard. Niettemin, als SDer en SSer was hij de sadistische alleenheerschappij die persoonlijk en met veel plezier gevangenen op afschuwelijke wijze mishandelde. Kotälla was verantwoordelijk voor dit wrede regime. Systematisch uithongeren, weerzinwekkende mishandelingen en de afgrijselijke manier waarop met name veel Joodse gevangenen om het leven gebracht werden waren hier aan de orde van de dag. De Rozentuin was zijn uitvinding. Het was een langwerpige strafplaats waarvan de grond uit zacht zand bestond. Deze was omgeven door betonnen palen die met rollen prikkeldraad aan elkaar verbonden waren. Gevangenen werden gedwongen om in de Rozentuin 24 tot 48 uur doodstil te staan, zonder voedsel of drank. |
In het kamp was ook de gevreesde Bunker die uit 22 dodencellen bestond. Deze Bunker werd de sluis naar de dood genoemd. Gevangenen uit geheel Nederland verdwenen hier bei Nacht und Nebel - in het donker van de nacht. De enige persoon die hier ooit op wonderbaarlijke wijze uit is ontsnapt is de verzetsman Gerrit Kleinveld over wie de film de Bunker gemaakt is. Kleinveld heeft van 22 december 1942 tot 1 maart 1943, de vooravond van zijn executie want hij zou op 2 maart doodgeschoten zijn, in de Bunker gevangen gezeten wegens zijn activiteiten in het verzet. Hij was onder meer lid en oprichter van de R.V.V. - Raad Van Verzet. Ook werkte hij voor vele andere verzetsorganisaties. De Bunker lag een halve meter diep in de grond. De kampbeulen Franska en Ritter hadden het daar voor het zeggen. ![]() Enkele kamp-SSers, derde van links is J.F. Stöver, uiterst rechts K.P. Berg.Zo werden hier op 5 maart 1945, uit vergelding, 49 mannen gefusilleerd. Deze moord vond plaats als maatregel tegen de mislukte aanslag op een vooraanstaande Duitser, de Höhere SS- und Polizeiführer - Commandant der SS en Hoofd van Politie, Hanns Albin Rauter. Die aanslag nam plaats bij de Woeste Hoeve in de buurt van Apeldoorn. De fusillade werd uitgevoerd op precies de plek waar nu het beeld van "de Stenen Man" staat. Op 9 maart werd alsnog 1 persoon gefusilleerd omdat niet 49 maar 50 personen het moesten vergelden. Langs deze plaats van executie werden na de bevrijding 7 massagraven door het opsporing- en identificatieteam Amersfoort ontdekt. Het beeld "de Stenen Man" is het ontwerp van Frits Sieger en werd in mei 1953 onthuld. |
Karl Peter Berg |
Het Lijkenhuisje werd gebruikt voor het tijdelijk bergen van overleden gevangenen voor eventueel vervoer naar familie. Maar meestal kwamen de slachtoffers op een afgelegen plek in een massagraf terecht. Daar werden ze dan veelal in ongebluste kalk geworpen zodat er uiteindelijk weinig of niets van overbleef. De meeste slachtoffers vielen in het tweede oorlogsjaar. Na de oorlog werden alsnog 59 massagraven ontdekt. Dit onder leiding van de heer Kleinveld die de voormalige commandant SS-Schutzhaftlagerführer II Berg onder druk zette om de diverse locaties aan te wijzen. Tijdens zijn gevangenschap, na de bevrijding van het kamp, was Berg correct en hulpvaardig. Het mocht echter niet baten want in 1948 werd hij wegens misdaden tegen de mens ter dood veroordeeld. Een daaropvolgend gratieverzoek werd afgewezen. In 1949 werd hij geëxecuteerd. Hij was zelf degene die, staand voor het vuurpeloton, onverwacht het commando "vuur" riep. De schoten die toen vroegtijdig vielen waren voor hem al dodelijk. |
Op 27 September 1941 werden 101 Russische krijgsgevangenen naar kamp Amersfoort getrans- porteerd. In Amersfoort aangekomen moesten zij door de stad marcheren om de bewoners te laten zien hoe barbaars die Russen waren. Dat werd echter door de Amersfoorters doorzien. In plaats van afschuw, werd hun brood en ander voedsel toegeworpen. Eenmaal in het kamp aangekomen stierven 22 Russen van ontbering aan dysenterie en opzettelijke verhongering. Twee Russen werden op last van de kamparts, de NSBer Dr. van Nieuwenhuysen, om het leven gebracht. Hun schedels stonden als trofee op zijn bureau. Op 9 April 1942 werden de overgebleven 77 Russen in groepjes van 6 door middel van een nekschot vermoord. Voorafgaand aan deze slachtpartij had de SD een Bacchanaal in de kantine van de SS georganiseerd. In de zomer van 1945 werden de Russen in houten kisten met zinken binnenkist begraven op een tijdelijke plek nabij het standbeeld van de "Stenen Man." Later werden de stoffelijke overschotten overgebracht naar de begraafplaats Rusthof aan de Dodeweg in Amersfoort. En uiteindelijk werden zij opnieuw begraven op het nieuwe Russische Ereveld dat werd aangelegd tussen 1947 en 1948, waar nu in totaal 865 Sovjet oorlogsslachtoffers begraven liggen. |
Graag via email de Site vermelden waarover u een vraag, opmerking, |